Het effect van woordmoeilijkheid op het tekstbegrip van sterke en zwakke lezers

Publication date

DOI

Document Type

Master Thesis

Collections

Open Access logo

License

CC-BY-NC-ND

Abstract

In dit experimenteel onderzoek is het effect van woordmoeilijkheid op tekstbegrip getest bij sterke en zwakke lezers uit het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Op basis van een leesvaardigheid- en woordenschattoets zijn eerst vijftig leerlingen van het VWO als sterke lezers geclassificeerd en vijftig leerlingen van het VMBO als zwakke lezers. Daarna is de meting van het tekstbegrip verricht door het gebruik van zogenaamde clozetoetsen (gatenteksten) die gemanipuleerd waren op woordmoeilijkheid waardoor er een makkelijke en een moeilijke tekstversie was ontstaan. Na afname van deze toets en na analyse van de resultaten ervan is geconcludeerd dat woordmoeilijkheid wel degelijk effect heeft op het tekstbegrip van leerlingen. Frappant genoeg is er door beide schooltypes niet significant hoger gescoord op de makkelijke clozetekst, aangezien dit wel werd verwacht op basis van de huidige kennis omtrent dit onderwerp. Echter, er is wel duidelijk geworden dat VWO’ers moeilijke woorden beter aankunnen dan VMBO’ers. Ook is er gebleken dat VWO’ers op beide tekstversies significant hoger hebben gescoord, maar dit werd dan ook verwacht aangezien zij sterkere lezers zijn dan VMBO’ers. Hierdoor kan er geconcludeerd worden dat het effect van woordmoeilijkheid op zwakke lezers groter is dan op sterke lezers. Schrijvers van schoolboeken zouden dus in teksten voor VMBO’ers makkelijke woorden moeten gebruiken, terwijl ze in teksten voor VWO’ers gerust moeilijkere woorden kunnen verwerken zonder dat dit ten koste gaat van tekstbegrip.

Keywords

tekstbegrip, leesonderwijs, vmbo, vwo, woordmoeilijkheid, woordenschat, cito, sterke lezers, zwakke lezers

Citation